Zonnedauw Sluiswachter Jo Anker Zon in de polder Stolwijker Schutsluis

Middenstand

 

Stolwijkersluis was een levendig buurtschap met volop middenstand. Al in 1815 was er een slager in Stolwijkersluis, Leendert Huurman.

Ook eind 19e, begin 20e eeuw was Stolwijkersluis een slager rijk. Vader van Vliet had een slagerij in Stolwijkersluis, zoon Teun van Vliet had ook een slagerij, maar dan in de binnenstad van Gouda (Zeugstraat 82). Grootmoeder ventte in die tijd met boter, voornamelijk in de binnenstad, en maakte daarbij reclame voor haar zoon in Stolwijkersluis: 'Als je fijn vlees wilt hebben moet je klant worden bij mijn zoon in Stolwijkersluis'.

Bron: Korte geschiedenis van slagerij Van Vliet aan de Zeugstraat

Verder was er een in ieder geval een kruidenier, de koffietent van Gerard Rapis, café Verkaik en kapper De Jong rijk.

Plateelbakkerij

 

Stolwijkersluis was ook een plateelbakkerij rijk. Plateelbakkerij Flora werd opgericht in 1945 door Peter Antonius Eikenboom sr. (1907-1981), die het beroep van plateelschilder tussen zijn 14e en 19e geleerd had bij Plateelbakkerij Zuid-Holland. Zijn vader, Frans. Eikenboom (1881-1966), had het kleivak geleerd bij Regout in Maastricht en bij Duitse fabrieken. Samen begonnen ze rond 1928 met het maken van kant-en-klare schemerlampen voor Philips. De onofficiële voorganger ontstond overigens al in 1938. Tijdens de Watersnoodramp van 1953 liep het bedrijf in Stolwijkersluis zware schade op. Daarna maakte het bedrijf een periode van flinke groei door. Er werd een nieuwe fabriek gebouwd en de oudbouw werd hersteld. In 1960 kwamen kleinzonen Franciscus Eikenboom (1933) en Peter Antonius Eikenboom jr. (1939-2005) in de zaak. In de 60-er jaren ging de Nederlandse aardewerkindustrie achteruit door import uit het goedkope Oostblok en een gelijktijdige verlaging van de importtarieven. Door hogere kosten (loon, energie) was het nodig te mechaniseren. Flora trachtte de steeds diverser wordende vraag van de consument te volgen door het produceren van steeds nieuwe vormen en decors. Voor nieuwe ontwerpen werden kunstenaars van naam en faam aangetrokken, zoals de Duitse prof. Karl Friedberg. In 1974 ging Flora over van de familie Eikenboom naar International Citrus Products, die de fabriek economisch en logistiek reorganiseerde. Tot de jaren zeventig was bijna al het aardewerk van Flora met de hand geschilderd. In de jaren zeventig begon Flora met traditionelere decors die niet meer met de hand werden geschilderd, maar via onderglazuur-transfers op het plateel werden aangebracht. Aan het einde van de jaren zeventig was een grondige modernisering van het bedrijf onafwendbaar. Het productieproces moest doelmatiger worden opgezet en modernere keramische technieken moesten worden ingevoerd. Daarvoor was in Gouda geen ruimte en bovendien niet voldoende betaalbaar, keramisch geschoold en ervaren personeel. Men besloot te verhuizen naar Hardenberg in Overijssel, waar met overheidssubsidie, in 1980, een nieuwe fabriek werd gebouwd, de modernste fabriek van keramiek in Nederland.

 

 Flora-personeel 1950

 

Een foto van de werknemers met de eigenaren van Flora Holland, circa 1950. V.l.n.r Arie Slaman, Arnold Dikhooff, Joop Krieger, Frans Eikenboom jr., Freek de Jong, Gerrit Schouten, mej. Alie Eikenboom, Roel Gerbrands, Stekelenburg, Frans Eikenboom sr., Leen van Hertum en Peet A. Eikenboom (foto Streekarchief Hollands Midden)

 

 

Het assortiment van Flora bestond uit vazen, schalen en asbakken, later ook uit serviezen.

 

Koektrommel Tokio Koektrommel Tokio

 

Koektrommel Tokio

 

 

Flora werd zelfs een belangrijke beeldbepaler van de jaren vijftig en zestig met decors als Capri, Record, Lente, Elite en Hawaï.

Flora is zelfs meegeëmigreerd naar Australië, Zoals te zien in onderstaand filmpje van Joop Mul.

Stoomoliemolen

 

In Stolwijkersluis bevond zich ook een stoomoliemolen, genaamd ‘De Nijverheid’. Eigenaar was de firma H. Lambert & Zonen, die ook stellingmolen 'De Koot' in Rotterdam-Hillegersberg bezat. De molen werd in 1918 door brand verwoest. Het verhaal gaat dat gedurende de Eerste Wereldoorlog illegaal riet werd gemalen om door het meel of veevoer te mengen.

Stoomoliemolen ‘De Nijverheid‘

 

Stoomoliemolen ‘De Nijverheid‘

 

Bronnen: De levensgeschiedenis van Jacoba Johanna Eijsbroek, Molendatabase nr. 2881 en Krimpenerwaard Wiki

Asfaltfabriek

 

In 1931 werd er in Stolwijkersluis een asfaltfabriek opgericht, bekend onder de naam Koudasfalt B.V. Mede-oprichter was de Koninklijke Stearine Kaarsenfabriek Gouda-Apollo.

Koudasfalt B.V.

 

Koudasfalt B.V.

 

Bron: Groenehart Archieven

Horeca

 

Stolwijkersluis kende in de loop der tijd diverse restaurants, café’s en uitspanningen.

Bondscafé Christensen

 

Bondscafé Christensen

 

Bondscafé Christensen

 

 

Beroemd in de wijde omgeving was ANWB-bondscafé Christensen. Op de gevel stond 'koffiehuis' en 'stalhouderij', later 'hotel-café' en 'restaurant'. Op onderstaande foto stond op het bord boven de ingang 'Kinderspeelplaats en Uitstekende gelegenheid voor kinderpartijtjes, Stalhouderij en uitspanning, Alle verversingen, Eerste kwaliteit, Bewaarplaats voor rijwielen en Automobielen, Telephone'. Het café was eigendom van Frederik Christensen, die geboren was in Denemarken.

 

Bondscafé Christensen

 

Foto uit 1903

 

 

Het café van Christensen komt ook voor in het boek Scheepswerf 'De Kroonprinces' van Herman de Man uit 1936, waarvoor de in Stolwijkersluis gelegen scheepswerf model heeft gestaan.

 

Scheepswerf 'De Kroonprinces'

 

Scheepswerf 'De Kroonprinces'

 

 

Restaurant Jean Marie

 

Restaurant Jean Marie

 

Restaurant Jean Marie

 

 

In de oksel van de Gouderaksedijk en de rotonde Stolwijkersluis bevindt zich aan de Oudebrugweg Restaurant Jean Marie. In 2008 eindigde Jean Marie op de derde plaats van de ‘Gouden Pollepel’, een door het AD Groene Hart georganiseerde beoordeling van restaurants in het Groene Hart.

Koffie Kiosk Oké

In Stolwijkersluis heeft ook een koffiekiosk gezeten met de welluidende naam Oké.

 

Koffie Kiosk Oké

 

Koffie Kiosk Oké

 

 

Down Under

Op de Gouderaksedijk, beneden achter nummer 33, heeft een aantal jaren (zeg maar eind 20e eeuw, begin 21e eeuw) een restaurantje gezeten met de naam Down Under.

   

Scheepswerven

 

Scheepswerf 'Het Kromhout' / H. van Vlaardingen

In 1819 startte een scheepswerf onder leiding van Dirk Borkus aan de Rotterdamsedijk buitendijks langs de Hollandsche IJssel, daar waar na de fabriek van Croda nu ligt. De werf droeg de naam In 1867 zet zoon Jacob de werf voort na het overlijden van zijn vader. In 1868 verschijnt voor het eerst de naam 'Het Kromhout'.

Nadat in 1887 Jacob overlijdt wordt de werf voortgezet door diens schoonzoon Willem Bokhoven. Omdat Willem onder zijn kinderen geen opvolger vindt, verkoopt hij in 1893 de werf aan zijn zwager Hubertus van Vlaardingen (hij was getrouwd met Dirkje Maria, dochter van Jacob Borkus). Hubertus werkte al sinds 1854 op de werf en had er na de dood van zijn schoonvader de leiding. Op de werf werden in die jaren vier tot zes meest ijzeren zeil- en stoomschepen gebouwd. De werf had circa 50 werknemers.

 

Scheepswerf 'H. van Vlaardingen'

 

Scheepswerf 'H. van Vlaardingen'

 

 

In 1905 kwam zoon Jacob van Vlaardingen in het bedrijf en werd een vennootschap opgezet onder de firmanaam 'H. van Vlaardingen'. De inventaris van de werf werd geschat op een waarde van ƒ 20.000. Tien jaar later, in 1915, wordt de vennootschap weer ontbonden en zet Jacob de werf alleen voort.

In 1916 wordt de stap over de Hollandsche IJssel genomen en komt het bedrijf in Stolwijkersluis terecht. De oude werf wordt verkocht aan de Stearine Kaarsenfabriek (nu Croda) en in Stolwijkersluis wordt de werf voortgezet onder de naam 'Kromhout'. In 1917, op 7 januari, overlijdt Hubertus. Jacob overlijdt op 8 maart 1955.

De werf bezat een dwarshelling. Het bedrijf het tot minstens 1960 bestaan.

 

Stad Gouda 1 op scheepswerf 'H. van Vlaardingen' in 1950 (bron: De Hoog Logistiek, T. de Hoog)

 

Stad Gouda 1 op scheepswerf 'H. van Vlaardingen' in 1950
(bron: De Hoog Logistiek, T. de Hoog)

 

 

Ook bezat de werf een aantal eigen woningen voor haar arbeiders, de woningen hadden de bijnaam 'De Glazen Kast'.

 

Arbeiderswoningen bij scheepswerf 'H. van Vlaardingen'

 

Arbeiderswoningen bij scheepswerf 'H. van Vlaardingen'

 

 

Leuk is dat de scheepswerf model heeft gestaan voor Scheepswerf 'De Kroonprinces' uit het gelijknamige boek uit 1936 van Herman de Man.

 

Scheepswerf 'De Kroonprinces'

 

Scheepswerf 'De Kroonprinces'

 

 

Bronnen:

Scheepswerf 'van Duijvendijk'

Stolwijkersluis was nog een tweede scheepswerf rijk, die van de familie van Duijvendijk. Van oudsher had de familie werven in Ouderkerk aan den IJssel, Lekkerkerk en Krimpen aan den IJssel. Rond 1869 kwam Roeland van Duijvendijk vanuit Papendrecht met zijn vrouw en vier zonen Leendert, Nicolaas, Jan en Aart naar Stolwijkersluis en begon een scheepswerfje. Na zijn overlijden in 1888 namen de zonen het bedrijf over en uiteindelijk bleef alleen Aart over, nadat zijn drie broers uittraden uit het bedrijf.

 

Scheepswerf 'van Duijvendijk'

 

Scheepswerf 'van Duijvendijk'

 

 

Aart was getrouwd met Lena Vermeer en had drie zonen, Aart, Johannes en Roeland. Na het overlijden van Aart werd de werf omgedoopt tot Wed. van Duijvendijk en Zonen en weer later Wed. A. van Duijvendijk.

 

Scheepswerf 'van Duijvendijk'

 

Scheepswerf 'van Duijvendijk'

 

 

Het bedrijf was eerst alleen op de binnenvaart gericht, maar later liepen er ook grotere schepen, zoals kustvaart- en visserijschepen) van stapel. Na het overlijden van de weduwe van Duijvendijk-Vermeer in 1932 hebben de broers van Duijvendijk tot 1940 het bedrijf voortgezet. Daarna werd het overgenomen door de firma Wortelboer uit Groningen en uiteindelijk in 1959 door het Duitse bedrijf Clausen Pont. De scheepswerf werd in 1971 definitief gesloten.

Scheepswerf 'van Duijvendijk' Scheepswerf 'van Duijvendijk'

 

Bron: J.P. Boevé, Gouderak

Friday the 22nd. Stichting Buurtschap Stolwijkersluis © 2015.